Het gebruik van het KomPas in de fysiotherapiepraktijk

09 januari 2020

Door: Anouck Bletterman

 

 

 

Mevrouw F., 66 jaar, is sinds een half jaar onder behandeling bij mij als ClaudicatioNet therapeut. Mevrouw heeft etalagebenen waardoor het lopen steeds moeilijker en pijnlijker werd. Terugkijkend op het afgelopen half jaar, merkt mevrouw dat ze vooruit gaat. Deze vooruitgang is echter minder groot dan ze van te voren had gehoopt. Ze is benieuwd of haar gevoel klopt; Is de vooruitgang inderdaad onder de lijn van de verwachting?

We gaan samen in een behandelkamer zitten en vullen alle gegevens in die nodig zijn om een voorspelling te maken met het KomPas: loopafstand, gewicht, rookstatus, score van de kwaliteit van leven vragenlijst en fase van gedragsverandering. De gegevens van 0 en 3 maanden stonden er al in en die van 6 maanden voeg ik toe. De loopafstand is verbeterd van 200 meter bij de start van de behandeling, naar 430 meter na 3 maanden, en is bij 6 maanden 720 meter.

Het KomPas laat de vooruitgang in loopafstand zien als een stijgende lijn in de grafiek. Als we kijken naar de voorspelling die aan het begin van de behandeling werd gemaakt, zien we dat mevrouw vanaf 3 maanden bóven de verwachtingslijn is uit gekomen. “Hier word ik vrolijk van!” is haar eerste reactie. Ze doet het dus béter dan verwacht en dat geeft mevrouw een duidelijke boost. “Wat denkt u dat hieraan heeft bijgedragen?” vraag ik mevrouw. Hierop antwoordt ze dat ze altijd trouw aanwezig is op de afspraken en ook de behandelingen vanwege haar rugklachten zorgden ervoor dat het lopen verbeterde. Als ik haar vraag wat haar streven voor het komende half jaar is zegt ze: “Minimaal 1 km op de loopbandtest.” Dit vormt een mooie ingang om het gesprek aan te gaan over hoe ze dit zou willen bereiken. Ze is zeer gemotiveerd om vanaf nu ook elke dag buiten te wandelen, wat er de afgelopen maanden wel eens bij in was geschoten. Door iedere dag te lopen wil ze de wandelafstand geleidelijk opbouwen. Ook gezien haar comorbiditeit, COPD, en rugklachten weet ze dat het heel goed is om aan haar conditie en belastbaarheid te blijven werken. Bovendien wil ze een operatie voor haar etalagebenen voorkomen!

“Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat u het doel van 1 km op de loopband gaat halen, op een schaal van 0 tot 10?”, vraag ik. “Een 8!”, zegt mevrouw enthousiast. Ze denkt terug aan de tijd voordat ze kinderen had. “Toen had ik nog alle tijd om te wandelen en dat deed ik dus ook veel. Ik liep toen met een collega, iedere keer een stukje verder.” Ze wil ook haar echtgenoot motiveren om samen met haar te gaan wandelen: “Op die manier kunnen we elkaar stimuleren.” Alle wandelactiviteiten en de afstanden gaat ze bijhouden in een logboek. Kortom, ze wil het allemaal wat meer gestructureerd gaan doen dan de afgelopen periode.

Ik geef mevrouw nogmaals een compliment over haar resultaten en de manier waarop ze vooruit kijkt. Het is belangrijk te realiseren dat een terugval altijd om de hoek kan komen kijken en je van tevoren moet bedenken hoe hiermee om te gaan. Ze heeft er het volste vertrouwen in dat het goed komt en is erg blij met het gesprek van vandaag: “Doordat ik de resultaten visueel heb gezien is het veel duidelijker en het motiveert mij om thuis verder aan de slag te gaan!”

Terug naar overzicht