Bewegen en Leefstijl


Bewegen en leefstijl, dat is de basis van de behandeling die Chronisch ZorgNet therapeuten bieden aan patiënten met niet-overdraagbare chronische aandoeningen (NCD’s).

De beweegtherapie van Chronisch ZorgNet therapeuten krijgt vorm op basis van de beschikbare richtlijnen. Voor Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV) patiënten houdt dit gesuperviseerde looptherapie (GLT) in, voor COPD patiënten houdt dit het verbeteren van fysieke activiteit, fysieke capaciteit en ademspierfunctie in en voor hartpatiënten de Fit-module.

Niet alleen bewegen is onderdeel van de behandeling, therapeuten bieden ook leefstijlbegeleiding aan patiënten. Dit is erg belangrijk, omdat het verbeteren van leefstijl ervoor kan zorgen dat de klachten van de patiënten verminderen of verdwijnen. Daarnaast kan verergering van de aandoening worden voorkomen en kan een goede leefstijl bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor de patiënt. Met het verbeteren van de leefstijl wordt niet alleen de aandoening zelf behandeld, ook kan voorkomen worden dat een andere NCD door een ongezonde leefstijl ontstaat.

Chronisch ZorgNet therapeuten kijken naar het gedrag van de patiënten en hoe dit invloed heeft op de gezondheid. Vervolgens stimuleren ze leefstijlverandering op de volgende aspecten: 

  • Voeding:

    Overgewicht vergroot de kans op NCD’s en verslechtert de symptomen. Afvallen kan dus erg belangrijk zijn voor patiënten met NCD’s. Daarnaast kan ook het tegengaan van ondergewicht een onderdeel zijn van de behandeling. Chronisch ZorgNet therapeuten kunnen advies geven over voeding en in sommige gevallen de patiënt in contact brengen met een diëtist.

  • Stoppen met roken:

    Aangezien stoppen met roken positieve effecten heeft op klachten en het verloop van de ziekte, ondersteunt de Chronisch ZorgNet therapeut het proces van stoppen met roken. Uiteraard in afstemming met de huisarts. De hoeveelheid contactmomenten en de vertrouwensband tussen therapeut en patiënt zorgt er voor dat therapeuten belangrijke coaching kunnen bieden om rookgedrag te veranderen.

  • Fysieke activiteit:

    Bewegen is standaard onderdeel van de behandeling. Naast de training die plaatsvindt bij de therapeut wordt tijdens de behandeling ook aandacht besteedt aan de dagelijkse fysieke activiteit van de patiënt in de thuissituatie en hoe dit vol te houden als de behandeling wordt afgesloten.

  • Slaap en stress:

    Een slecht slaappatroon en stress kunnen slechte leefstijl in de hand werken en hebben een negatief effect op de gezondheid. In gesprek met de patiënt neemt de Chronisch ZorgNet therapeut deze onderdelen mee in de behandeling. Waar kan de patiënt verbeteren? De Chronisch ZorgNet therapeut kan de patiënt advies geven en waar nodig contact zoeken met bijvoorbeeld de huisarts of een ontspanningstherapeut. Ook kan de Chronisch ZorgNet therapeut gebruikmaken van Mindfulness. De therapeut kan Mindfulness oefeningen geven en alertheid trainen om stress te verminderen, de patiënt te leren omgaan met pijn, somberheid te voorkomen en om gezondheidsgedrag te stimuleren.  

  • Omgeving:

    Bij leefstijlverandering betrekken de therapeuten ook de omgeving van de patiënt. Duurzame gedragsverandering is beter te realiseren met steun uit de omgeving van de patiënt. Daarom is het in sommige gevallen ook belangrijk om de omgeving te betrekken bij het belang van gedragsverandering en hoe je dit kunt bereiken.  

De expertise van Chronisch ZorgNet therapeuten in het begeleiden van leefstijlverandering van patiënten wordt bijvoorbeeld verkregen door het volgen van bijscholing. Alle therapeuten zijn getraind in het gebruik van motiverende gespreksvoering technieken (Motivational interviewing) om gedragsverandering in gang te zetten. Hierbij leren therapeuten om een gesprek aan te gaan over leefstijlverandering en hoe zij hun patiënten kunnen begeleiden om de eigen leefstijl te veranderen. Meer inhoudelijk zijn therapeuten bijvoorbeeld bijgeschoold op het gebied van RookStopCoaching en Leefstijlinterventies. Tot slot heeft de Chronisch ZorgNet een signalerende functie en werkt samen met andere zorgprofessionals zoals diëtisten en huisartsen, wanneer de situatie van de patiënt daar om vraagt.