Achtergrondinformatie meetprotocol COPD


Laatste aanpassing: 24-03-2021

Het meetprotocol COPD is ontwikkeld door het team van Chronisch ZorgNet, samen met de werkgroep Long. Het meetprotocol is gebaseerd op de huidige KNGF richtlijn, de minimale dataset (MDS) COPD en recente wetenschappelijke en praktische inzichten. Het meetprotocol wijkt op sommige punten af van de KNGF richtlijn en MDS COPD. Punten waarop het Chronisch ZorgNet meetprotocol afwijkt van de richtlijn en MDS worden hieronder onderbouwd.

Het meetprotocol zal in de toekomst worden geoptimaliseerd o.b.v. opgedane ervaringen in de praktijk en andere, nieuwe ontwikkelingen. Doel hierbij is om de klinimetrie te selecteren die voldoende onderscheidend zijn, goed aansluiten bij de praktijk en met minimale (administratieve) belasting.

Alle meetprotocollen van Chronisch ZorgNet bevatten 3 GPE vragen, een Baseline vragenlijst en aandoening specifieke vragenlijst. Deze "aandoening overstijgende" klinimetrie worden gebruikt om aanvullende gegevens te verzamelen over het verloop van het behandeltraject, patiëntkenmerken (rookgedrag, lengte, gewicht, etc.) en patiëntervaringen.

Meetmomenten

  • Meetfrequentie

Je meet de patiënt elke 3 maanden om voortgang te monitoren en te bepalen of verdere behandeling noodzakelijk is. Deze meetfrequentie sluit aan op de aanbevelingen uit de KNGF Richtlijn COPD en MDS COPD.

  • Meten bij patiënten met profiel 5/6 en de palliatieve fase

Volgens de richtlijn COPD dien je patiënten uit profiel 5 en 6 ook te testen en te evalueren na 12 weken en minimaal 2-3 keer per jaar. Zolang er behandeldoelen zijn op het onderhouden, optimaliseren van de fysieke activiteit en capaciteit blijf je regelmatig testen en evalueren. Echter, als de patiënt in de palliatieve fase zit, kan overwogen worden niet meer te testen. Hiermee volg je adviezen uit de KNGF Richtlijn COPD.     

  • Meten tijdens een traject langer dan 12 maanden

Na 12 maanden kom je in de onderhoudsfase. Volgens de KNGF richtlijn COPD blijf je in de onderhoudsfase testen en evalueren. Je blijft daarom elke 3 maanden de aanbevolen klinimetrie uit het meetprotocol COPD invullen. Bij een patiënt in de palliatieve fase hoeft niet meer gemeten te worden indien het meten geen toegevoegde waarde heeft. Hiermee volg je de adviezen uit de KNGF richtlijn COPD.

Klinimetrie

  • Chronisch ZorgNet COPD vragenlijst

De IQ COPD vragenlijst staat in de MDS COPD. Echter, de Chronisch ZorgNet COPD vragenlijst vertoont veel overlap met de IQ COPD vragenlijst. Mede hierdoor is besloten dat bij COPD patiënten enkel de Chronisch ZorgNet COPD vragenlijst afgenomen hoeft te worden. Tevens wordt binnen de andere specialisaties van Chronisch ZorgNet een vergelijkbare vragenlijst afgenomen.

  • Chronisch ZorgNet Baseline vragenlijst

Deze vragenlijst is ontwikkeld door Chronisch ZorgNet en staat niet vermeld in de KNGF richtlijn en MDS COPD. Binnen deze vragenlijst wordt bij start van de behandeling patiëntinformatie ingevuld die relevant zijn voor fysiotherapeutische en onderzoeksdoeleinden. Een vergelijkbare vragenlijst wordt afgenomen binnen de andere specialisaties van Chronisch ZorgNet.

  • GPE vragen

Ter evaluatie van de behandeling wordt binnen Chronisch ZorgNet gebruik gemaakt van 3 GPE vragen. Deze vragen worden gebruikt binnen elke specialisatie van Chronisch ZorgNet.